You are here

Moeilijkheden door het coronavirus

2 april 2021

Zelfstandigen die moeilijkheden ondervinden door het coronavirus, kunnen een beroep doen op verschillende maatregelen.

Blijf op de hoogte van de meest recente maatregelen rond het sociaal statuut van zelfstandigen door het coronavirus via de officiële kanalen: raadpleeg onze website of contacteer je socialeverzekeringsfonds.

Callcenter Corona

Een vraag over de maatregelen voor zelfstandigen door het coronavirus? Bel gratis naar 0800 12 018 - Elke werkdag van 8.30 uur tot 12 uur en van 13 tot 17 uur (op vrijdag tot 16 uur).

Onze collega's stellen alles in het werk om je zo snel mogelijk te helpen. Raak je niet meteen binnen? Bel dan op een later tijdstip terug.


Overbruggingsrecht bij omzetdaling – in 2021

Als je tijdens de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2021 geconfronteerd wordt met een aanzienlijke daling van je omzetcijfer als gevolg van de COVID-19-crisis, dan kan je recht hebben op een financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling, ongeacht de sector waarin je actief bent.

In welke situatie?

Je komt in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling als je in de kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarvoor je de uitkering vraagt, een omzetdaling van minstens 40 % kan aantonen, ten opzichte van dezelfde kalendermaand tijdens het refertejaar 2019. Je moet duidelijk de link tussen het omzetverlies en de COVID-19-crisis motiveren.

Bijvoorbeeld: als je een aanvraag indient voor de maand februari 2021, dan moet er in januari 2021 een omzetdaling van 40 % zijn ten opzichte van de maand januari 2019.

Voor zelfstandigen die nog niet actief waren in de betrokken kalendermaand in 2019 of met abnormaal lage omzetcijfers omwille van overmacht (bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid of moederschapsrust) in die kalendermaand, kan er rekening worden gehouden met de eerstvolgende volledige kalendermaand.

Op je aanvraagformulier vermeld je de omzetcijfers van de te vergelijken maanden (verklaring op eer). Voeg bij je aanvraag de objectieve bewijsstukken die de omzetdaling staven (bijvoorbeeld een definitief attest van de boekhouder, een dagboek, rekeninguittreksels, …). Je verklaring zal achteraf het voorwerp uitmaken van een controle aan de hand van de officiële BTW-gegevens, van zodra die gegevens beschikbaar zijn. Je moet bijgevolg te allen tijde over objectieve elementen beschikken die deze omzetdaling duidelijk aantonen (bijvoorbeeld BTW-aangifte, raming, …).

Je hebt geen recht op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling als je voor dezelfde kalendermaand al de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking geniet. Je kan beide uitkeringen niet cumuleren.

Voor welke zelfstandigen?

Je moet tijdens de kalendermaand waarvoor je een aanvraag doet als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België.

Je moet je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen effectief betaald hebben gedurende ten minste vier van de zestien kwartalen voorafgaand aan het kwartaal dat volgt op het kwartaal van de kalendermaand waarop de aanvraag betrekking heeft.

Er is een uitzondering voor startende zelfstandigen. Als je nog maar twaalf voorafgaande kwartalen of minder verzekeringsplichtig bent in het kader van het sociaal statuut van de zelfstandigen, volstaat het dat je voor twee kwartalen effectief je wettelijk verschuldigde voorlopige bijdragen hebt betaald.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers en meewerkende echtgenoten in het maxistatuut);
  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor een halve uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 7.356,08 euro;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die niet in aanmerking komt voor de volledige uitkering en die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan 7.021,29 euro.

De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Welke uitkering?

De uitkering varieert naargelang je al dan niet personen ten laste hebt bij je ziekenfonds, in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de volledige uitkering bedraagt de uitkering:

  • 1.291,69 EUR/maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 1.614,10 EUR/maand indien je wel gezinslast hebt.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de halve uitkering bedraagt de uitkering:

  • 645,85 EUR/maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 807,05 EUR/maand indien je wel gezinslast hebt.

Je kan de uitkering cumuleren met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

Sociale bijdragen betalen?

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Hoe aanvragen?

De tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

Je moet elke maand opnieuw een aanvraag indienen, met vermelding van de noodzakelijke omzetcijfers.

De aanvraag moet uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingediend.

In geval van toekenning zal de uitkering voor januari 2021 worden uitbetaald begin februari 2021, de uitkering voor februari 2021 begin maart 2021 en de uitkering voor maart 2021 begin april 2021.

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking - in 2021

Als je tijdens de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2021 je zelfstandige activiteit moet onderbreken door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, dan kan je recht hebben op een financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking. Het bedrag is het dubbele van het bedrag van de gewoonlijke uitkering van het overbruggingsrecht.

In welke situaties?

In de volgende situaties kom je in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking (dubbel overbruggingsrecht):

  • je zelfstandige activiteit wordt rechtstreeks beoogd door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid (federaal, regionaal, provinciaal of gemeentelijk) om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, waardoor je gedwongen wordt je zelfstandige activiteit volledig te onderbreken, met uitzondering van de toegestane take-away in de horeca, de toegestane click and collect voor de niet-essentiële handelszaken en het vervroegd sluitingsuur voor de nachtwinkels.
    Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het dubbel overbruggingsrecht. Er is dus geen minimumduur van onderbreking vereist;
  • je zelfstandige activiteit is hoofdzakelijk afhankelijk van een zelfstandige activiteit die is vermeld in het vorige punt, maar enkel op voorwaarde dat je alle zelfstandige activiteiten volledig onderbreekt tijdens de periode van gedwongen onderbreking door de sluitingsmaatregelen van de overheid.

De niet-essentiële handelszaken mogen in de periode van 27 maart tot en met 25 april 2021 hun activiteiten enkel verderzetten via een systeem van bestellen en afhalen, van leveren of via een systeem op afspraak. Wie werkt met een systeem op afspraak heeft echter geen recht op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking (dubbel overbruggingsrecht). Je kan dan evenwel een beroep doen op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling, als alle voorwaarden voor de toekenning van dat overbruggingsrecht vervuld zijn.

Concreet betekent dit:

  • voor de maand maart 2021:

    Als je vanaf 27 maart 2021 al een systeem op afspraak ter beschikking stelde, dan kom je niet in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking (dubbel overbruggingsrecht). Maar je kan een beroep doen op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling.

    Als je in een verklaring op eer duidelijk aantoont dat je in de periode van 27 tot en met 31 maart 2021 geen gebruik kan maken van een systeem op afspraak, dan kom je in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking (dubbel overbruggingsrecht) als alle voorwaarden vervuld zijn. Je handelszaak moet dus gesloten zijn vanaf 27 maart 2021 en gesloten blijven tot en met 31 maart 2021 en enkel click and collect is toegestaan.

  • voor de maand april 2021:

    Als je handelszaak open blijft met een systeem op afspraak, dan kom je niet in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking (dubbel overbruggingsrecht). Maar je kan een beroep doen op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling.

    Als je in een verklaring op eer duidelijk aantoont dat je geen gebruik kan maken van een systeem op afspraak gedurende de hele betrokken periode (dus tot en met 25 april 2021), dan kom je in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij gedwongen onderbreking (dubbel overbruggingsrecht) als alle voorwaarden vervuld zijn. Je handelszaak moet dus gesloten blijven tot en met 25 april 2021 en enkel click and collect is toegestaan.

Wie niet voldoet aan die voorwaarden, kan een beroep doen op de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij omzetdaling, als alle voorwaarden voor de toekenning van dat overbruggingsrecht vervuld zijn.

Als je eenzelfde zelfstandige activiteit uitoefent in verschillende ondernemingen, dan moet de zelfstandige activiteit in alle ondernemingen worden onderbroken omwille van het coronavirus. Als je verschillende zelfstandige activiteiten uitoefent, dan moeten de voorwaarden vervuld zijn voor elk van die activiteiten.

Voor welke zelfstandigen?

Je moet op het moment van de gedwongen onderbreking als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor een gedeeltelijke uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 7.356,08 euro;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die niet in aanmerking komt voor de volledige uitkering en die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan 7.021,29 euro.

De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Welke uitkering?

De uitkering varieert naargelang je al dan niet personen ten laste hebt bij je ziekenfonds, in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging. Het bedrag is het dubbele van het bedrag van de gewoonlijke uitkering van het overbruggingsrecht.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de volledige uitkering bedraagt de dubbele uitkering:

  • 2.583,38 EUR/ maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 3.228,20 EUR/ maand indien je wel gezinslast hebt.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de gedeeltelijke uitkering bedraagt de dubbele uitkering:

  • 1.291,69 EUR/maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 1.614,10 EUR/maand indien je wel gezinslast hebt.

Tijdens de maand januari 2021 kan de uitkering onder bepaalde voorwaarden gecumuleerd worden met een ander vervangingsinkomen (pensioen, (tijdelijke) werkloosheid).
Opgelet! Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de gedeeltelijke uitkering, mag de som van die gedeeltelijke uitkering van het overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen per maand niet hoger zijn dan 1.614,10 EUR. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van het overbruggingsrecht verminderd worden.

Tijdens de maand februari 2021 kan je de uitkering cumuleren met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden. Dat cumulplafond geldt voor alle zelfstandigen, met of zonder de volledige uitkering.

Sociale bijdragen betalen?

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Hoe aanvragen?

De tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

De aanvraag moet uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingediend.
In geval van toekenning zal de uitkering voor januari 2021 worden uitbetaald begin februari 2021.

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.  

 

Overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind – in 2021

Als je tijdens de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2021 je zelfstandige activiteit volledig moet onderbreken omdat je omwille van het coronavirus COVID-19 in quarantaine of isolatie bent geplaatst of omdat je in welbepaalde omstandigheden moet instaan voor de zorg van je kinderen, dan kan je recht hebben op een financiële uitkering in het kader van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind.

In welke situaties?

In de volgende situaties kom je in aanmerking voor de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind:

  • Je onderbreekt je zelfstandige activiteit volledig gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen omdat je, weliswaar geschikt om te werken, in quarantaine of isolatie bent geplaatst. Je moet een quarantaine-attest voorleggen op je naam of op naam van een persoon die op hetzelfde adres is ingeschreven.

    Opgelet! Als je wetens en willens bent afgereisd naar een land of een gebied dat zich in een rode zone bevindt op het ogenblik van vertrek, kom je niet in aanmerking. Je voldoet dan niet aan de voorwaarde dat het moet gaan om een situatie onafhankelijk van je wil.

  • Je onderbreekt je zelfstandige activiteit volledig gedurende minstens 7 kalenderdagen (niet noodzakelijk opeenvolgend) tijdens een kalendermaand, omdat je moet instaan voor de zorg voor je kinderen in welbepaalde omstandigheden:
    • zorg voor een kind van minder dan 18 jaar dat met jou samenwoont (situatie van co-ouderschap inbegrepen) dat niet naar het kinderdagverblijf of school kan gaan, omdat
      • het kind zich in quarantaine of isolatie bevindt of
      • het kinderdagverblijf, de klas of de school waarvan het deel uitmaakt volledig of gedeeltelijk wordt gesloten als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken (dit impliceert dat normale schoolvakantieperiodes niet in rekening worden gebracht) of
      • het kind verplicht lessen onder de vorm van onderwijs op afstand volgt als gevolg van een beslissing van de bevoegde overheid om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken;
    • zorg voor een gehandicapt kind dat je ten laste hebt, ongeacht de leeftijd van dat kind, omdat het kind niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan, omdat dit centrum wordt gesloten of bij de tijdelijke stopzetting van de intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken.

Je moet aan je socialeverzekeringsfonds een attest van quarantaine of een attest van het kinderdagverblijf, van de school of het centrum voor opvang van gehandicapte personen overhandigen, dat de sluiting of het verplicht volgen van onderwijs op afstand bevestigt als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus beperken. In dit attest staat de periode vermeld waarin de maatregel van toepassing is.

Je komt niet in aanmerking als je je zelfstandige activiteit van thuis uit kan organiseren. Je moet die onderbreking omstandig motiveren in je aanvraag.

Bijzondere situaties

  • Sluiting van de scholen in de week van 29 maart 2021

    De opvang van kinderen ten gevolge van de sluiting van de lagere en middelbare scholen ingevolge de beslissing van de bevoegde onderwijsinstanties om de paasvakantie met een week te verlengen om de verspreiding van Covid-19 te beperken, wordt in aanmerking genomen. Die 5 dagen waarin de scholen gesloten zijn, worden beschouwd als een onderbreking van de activiteit gedurende 7 opeenvolgende kalenderdagen, dat wil zeggen van 29 maart tot en met 4 april 2021. Indien die dagen achtereenvolgend worden opgenomen, worden zij op basis van de feitelijke omstandigheden in aanmerking genomen, ook al betreffen het geen 7 kalenderdagen in één kalendermaand.

  • Kleuterscholen die open blijven in de week van 29 maart 2021

    De opvang van kinderen door zelfstandigen die gevolg verlenen aan de oproep van de autoriteiten om hun kind niet naar de kleuterschool te laten gaan in de week van 29 maart 2021, wordt in aanmerking genomen voor de periode van 29 maart tot en met 4 april 2021. Indien die dagen achtereenvolgend worden opgenomen, worden zij op basis van de feitelijke omstandigheden in aanmerking genomen, ook al betreffen het geen 7 kalenderdagen in één kalendermaand.

  • Kinderdagverblijven die open blijven tijdens de periode van 29 maart tot en met 18 april 2021

    De opvang van kinderen door zelfstandigen die gevolg verlenen aan de oproep van de autoriteiten om hun kind niet naar het kinderdagverblijf te laten gaan, wordt in aanmerking genomen tijdens de periode van 29 maart tot en met 18 april 2021, voor de dagen waarop het kind normaal ingeschreven is voor de opvang.

  • Geannuleerde sport- en vakantiekampen tijdens de paasvakantie

    De opvang van minderjarige kinderen tijdens de paasvakantie als gevolg van de volledige of gedeeltelijk annulatie van een vakantiekamp of een buitenschoolse opvang in georganiseerd verband, wordt in aanmerking genomen. Hier geldt wel de voorwaarde dat het kind ten laatste op 18 maart 2021 ingeschreven was voor het kamp of voor de georganiseerde buitenschoolse opvang die werd geannuleerd.

In al die situaties moet het gaan om een daadwerkelijke en volledige onderbreking van de zelfstandige activiteit. Zelfstandigen die hun activiteit van thuis uit kunnen organiseren, komen in beginsel niet in aanmerking.

Voor welke zelfstandigen?

Je moet op het moment van de onderbreking van je activiteiten als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor een halve uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 7.356,08 euro;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 7.021,29 euro en 14.042,57 euro;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die niet in aanmerking komt voor de volledige uitkering en die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan 7.021,29 euro.

De uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Welke uitkering?

De uitkering varieert naargelang je al dan niet personen ten laste hebt bij je ziekenfonds, in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

De uitkering varieert eveneens naargelang de duur van de onderbreking.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de volledige uitkering bedraagt de uitkering:

  Zonder gezinslast  Met gezinslast
28 dagen of meer 1.291,69 euro 1.614,10 euro
Tussen 21 en 27 dagen 968,77 euro 1.210,58 euro
Tussen 14 en 20 dagen 645,85 euro 807,05 euro
Tussen 7 en 13 dagen 322,92 euro 403,53 euro
Minder dan 7 dagen 0 euro 0 euro

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de halve uitkering bedraagt de uitkering:

  Zonder gezinslast  Met gezinslast
28 dagen of meer 645,85 euro 807,05 euro
Tussen 21 en 27 dagen 484,39 euro 605,29 euro
Tussen 14 en 20 dagen 322,92 euro 403,53 euro
Tussen 7 en 13 dagen 161,46 euro 201,77 euro
Minder dan 7 dagen 0 euro 0 euro

Je kan de uitkering cumuleren met een ander vervangingsinkomen, tot een maximumbedrag. De som van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen mag per maand niet hoger zijn dan het toepasselijke bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsecht. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van de tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht verminderd worden.

Sociale bijdragen betalen?

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je beroep doen op de bestaande maatregelen inzake de sociale bijdragen.

Hoe aanvragen?

De tijdelijke crisismaatregel overbruggingsrecht moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

De aanvraag moet uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingediend.

In geval van toekenning zal de uitkering voor januari 2021 worden uitbetaald begin februari 2021, de uitkering voor februari 2021 begin maart 2021 en de uitkering voor maart 2021 begin april 2021.

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Overbruggingsrecht in andere situaties

Zelfstandigen die hun activiteit stopzetten of onderbreken, kunnen in bepaalde situaties een beroep doen op het klassieke overbruggingsrecht. De zelfstandige moet aan een aantal voorwaarden voldoen.

Het overbruggingsrecht bestaat uit een uitkering gedurende maximum 12 maanden en het behoud van de rechten op geneeskundige verzorging en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen gedurende maximum 4 kwartalen zonder bijdragebetaling.

Voor faillietverklaringen, stopzettingen en onderbrekingen tussen 1 april 2020 en 30 juni 2021: de pensioenrechten worden behouden gedurende maximum 4 kwartalen zonder bijdragebetaling. Die maatregel geldt vanaf het vierde kwartaal van 2020, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2021. 

Het overbruggingsrecht kan worden toegekend in de volgende situaties:

Het overbruggingsrecht moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt. De aanvraag moet worden ingediend voor het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal van de onderbreking of stopzetting. Voor onderbrekingen en stopzettingen tussen 1 april 2020 en 31 december 2020 bedraagt de aanvraagtermijn vier kwartalen.

Sommige voorwaarden worden versoepeld in de periode van 1 april 2020 tot en met 30 juni 2021. 

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds

 

Overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit – in 2020

Omwille van de Coronacrisis wordt de toekenning aan de zelfstandigen van het overbruggingsrecht in het kader van overmacht (3de pijler van het overbruggingsrecht) versoepeld. 

Tijdens de maanden maart, april, mei en juni 2020 kan je in de volgende situaties in aanmerking komen voor het tijdelijk Corona-overbruggingsrecht:

  • omwille van de sanitaire maatregelen heeft de overheid je verplicht om je activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken. Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het overbruggingsrecht. Er is dus geen minimumduur van onderbreking vereist. Het gaat hier bijvoorbeeld om zelfstandigen die hun handelszaak (zoals restaurants, cafés en niet-voedingszaken) verplicht moeten sluiten. Ook restaurants die afhaalmaaltijden verzorgen of leveren vallen hier onder.
  • de overheid heeft je niet verplicht je activiteit gedeeltelijk of volledig te onderbreken maar je ziet je wel genoodzaakt om als gevolg van de Coronacrisis je activiteit te onderbreken gedurende een periode van ten minste 7 opeenvolgende kalenderdagen. Het gaat hier bijvoorbeeld om zelfstandigen die door quarantaine, een gebrek aan grondstoffen of om verschillende redenen van economische of organisatorische aard (verbonden met COVID-19) hun activiteit onderbreken. Ook zelfstandigen die een zorgberoep uitoefenen zoals kinesisten, tandartsen en specialisten vallen hieronder.

Sinds mei 2020 mochten veel zelfstandigen opnieuw hun activiteit uitoefenen. Die zelfstandigen kunnen tijdens de maanden juni tot en met december 2020 een beroep doen op het nieuwe overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart. Wie nog niet kan heropstarten of wie opnieuw zijn activiteiten moet onderbreken, kan tijdens de maanden juli tot en met december 2020 in de volgende situaties nog steeds in aanmerking komen voor het bestaande tijdelijk Corona-overbruggingsrecht, maar onder striktere voorwaarden:

  • omwille van de sanitaire maatregelen heeft de overheid (federaal, regionaal, provinciaal of lokaal) je verplicht om je zelfstandige activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken. De gedeeltelijke onderbreking betreft enkel de toegestane take-away in de horeca, de toegestane click and collect voor de niet-essentiële handelszaken en het vervroegd sluitingsuur voor de nachtwinkels. Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het overbruggingsrecht. Er is dus geen minimumduur van onderbreking vereist. Het gaat hier om diegenen die rechtstreeks beoogd worden door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid, zoals bijvoorbeeld:
    • restaurants (take-away is toegelaten), bars en cafés (vanaf oktober 2020); 
    • de niet-essentiële handelszaken die gedwongen moesten sluiten in november 2020 (click and collect is toegelaten);
    • de contactberoepen die gedwongen moeten sluiten (vanaf november 2020);
    • de wellnesscentra, met inbegrip van onder meer sauna's, jacuzzi's, stoomcabines en hammams;
    • discotheken en dancings;
    • de sector van evenementen in ruime zin (feesten, bedrijfsevenementen, organisatoren huwelijksfeesten, verhuurders van feest- en evenementenzalen, …);
    • zelfstandige artiesten actief in de sectoren die vallen onder de evenementen- en culturele sector;
    • foorkramers;
    • nachtwinkels;
    • shishabars;
    • ...

Wie niet voldoet aan de voorwaarde van een volledige of gedeeltelijke onderbreking, kan een beroep doen op het overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart, als alle voorwaarden voor de toekenning van dat overbruggingsrecht  vervuld zijn.

  • je bent gedwongen om je zelfstandige activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken omdat je hoofdzakelijk (indicatief minstens 60% van die activiteiten) afhankelijk bent van een activiteit die is vermeld in het vorige punt. Je komt meteen in aanmerking voor de toekenning van het overbruggingsrecht. Er is dus geen minimumduur van onderbreking vereist. Je moet die band van afhankelijkheid aantonen;
  • enkel in de maanden juli en augustus 2020: de overheid heeft je niet verplicht je activiteit gedeeltelijk of volledig te onderbreken en je bent niet afhankelijk van zo'n activiteit, maar je ziet je wel genoodzaakt om als gevolg van de Coronacrisis je activiteit volledig te onderbreken gedurende een periode van ten minste 7 opeenvolgende kalenderdagen tijdens de betrokken kalendermaand.

    In die laatste situatie (enkel tijdens de maanden juli en augustus 2020) geldt er een striktere bewijslast. Je moet aantonen dat de onderbreking een onmiddellijk gevolg van het coronavirus is, omdat het nog steeds onmogelijk is om de zelfstandige activiteit opnieuw op te starten. Je moet dit oorzakelijk verband aantonen aan de hand van objectieve elementen, zoals een aanzienlijke daling van de inkomsten, van de activiteit (daling van de reserveringen, daling van de bezettingsgraad, stijging van het aantal annuleringen, enz.), onderbroken leveringen, een daling van de verkoop of een attest van quarantaine. Het is niet voldoende om enkel beperkingen door de regels van de social distancing in te roepen. De aanwezigheid van het oorzakelijk verband zal worden gecontroleerd, zowel voorafgaand aan de toekenning van de uitkering als achteraf.


Als je eenzelfde zelfstandige activiteit uitoefent in verschillende ondernemingen, dan moet de zelfstandige activiteit in alle ondernemingen worden onderbroken omwille van het coronavirus. Als je verschillende zelfstandige activiteiten uitoefent, dan moeten de voorwaarden vervuld zijn voor elk van die activiteiten.

Als je doorgaans enkel evenementen organiseert die nog steeds verboden zijn, dan mag je je activiteit omvormen tot bijvoorbeeld het organiseren van kleinere "events" (genre zomerbars, kleinschalige festivals, …).  Dergelijke omvorming verhindert de verdere toekenning van het Corona-overbruggingsrecht niet. 

Je moet als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd zijn in België.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de volledige uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor een gedeeltelijke uitkering:

  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 6.996,89 euro en 13.993,77 euro;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 6.996,89 euro en 7.330,52 euro;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen tussen 6.996,89 euro en 13.993,77 euro;
  • actief gepensioneerde zelfstandige die niet in aanmerking komt voor de volledige uitkering en die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die worden berekend op een referte-inkomen hoger dan 6.996,89 euro.

Opgelet: in tegenstelling tot sommige pijlers van het klassieke overbruggingsrecht is voor het Corona-overbruggingsrecht geen attest van de RVA vereist om te bewijzen dat je niet in aanmerking komt voor een werkloosheidsuitkering.

Het Corona-overbruggingsrecht voorziet de betaling van het volledig maandbedrag, nl.:

  • 1.291,69 EUR per maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 1.614,10 EUR per maand indien je wel gezinslast hebt.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de gedeeltelijke uitkering bedraagt de uitkering:

  • 645,85 EUR per maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 807,05 EUR per maand indien je wel gezinslast hebt.

In de maanden oktober, november en december 2020 wordt het bedrag van de uitkering verdubbeld voor:

  • de zelfstandigen die rechtstreeks beoogd worden door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid (ministeriële besluiten van 18 en 28 oktober 2020 en elk ander daaropvolgend ministerieel besluit) en daardoor gedwongen worden hun zelfstandige activiteit volledig of gedeeltelijk te onderbreken. De gedeeltelijke onderbreking betreft enkel de toegestane take-away in de horeca, de toegestane click and collect voor de niet-essentiële handelszaken en het vervroegd sluitingsuur voor de nachtwinkels;
  • de zelfstandigen die hoofdzakelijk afhankelijk zijn van die zelfstandigen, maar enkel op voorwaarde dat zij alle zelfstandige activiteit volledig onderbreken tijdens de periode van gedwongen onderbreking door de sluitingsmaatregelen van de overheid. Indien zij hun activiteit niet volledig onderbreken, dan komen ze sowieso in aanmerking voor de enkelvoudige uitkering.  

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de volledige uitkering bedraagt de dubbele uitkering:

  • 2.583,38 EUR/ maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 3.228,20 EUR/ maand indien je wel gezinslast hebt.

Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de gedeeltelijke uitkering bedraagt de dubbele uitkering:

  • 1.291,69 EUR/maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 1.614,10 EUR/maand indien je wel gezinslast hebt.

De uitkering kan onder bepaalde voorwaarden gecumuleerd worden met een ander vervangingsinkomen (pensioen, (tijdelijke) werkloosheid).

Opgelet! Voor de zelfstandigen die in aanmerking komen voor de gedeeltelijke uitkering, mag de som van die gedeeltelijke uitkering van het Corona-overbruggingsrecht en het andere vervangingsinkomen per maand niet hoger zijn dan 1.614,10 EUR. Bij overschrijding zal het maandelijkse bedrag van de uitkering van het Corona-overbruggingsrecht verminderd worden.

De uitkering van het tijdelijke Corona-overbruggingsrecht kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning van het tijdelijke Corona-overbruggingsrecht telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

In geval van toekenning, zal het overbruggingsrecht voor maart worden uitbetaald begin april, voor april begin mei, voor mei begin juni, voor juni begin juli en zo verder.

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je vermindering van voorlopige bijdragen, uitstel van betaling of vrijstelling van bijdragen aanvragen.

Het overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

Uiterste data voor het indienen van de aanvraag:

  • Voor de maand maart 2020: 30 september 2020
  • Voor de maanden april, mei en juni 2020: 31 december 2020
  • Voor de maanden juli, augustus en september 2020: 31 maart 2021
  • Voor de maanden oktober, november en december 2020: 30 juni 2021 

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Overbruggingsrecht bij quarantaine of gesloten klas/school/kinderopvang – in 2020

Vanaf de maand september 2020 tot het einde van het jaar kunnen zelfstandigen in de volgende situaties een beroep doen op het overbruggingsrecht in geval van een gedwongen onderbreking (omwille van een gebeurtenis met economische impact):

  • de zelfstandigen die in quarantaine worden geplaatst en daardoor hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen daadwerkelijk en volledig moeten onderbreken. Zelfstandigen die hun activiteit van thuis uit kunnen organiseren, komen niet in aanmerking voor die uitkering.
    Die situatie van overmacht moet aangetoond worden aan de hand van een quarantaine-attest. Dit kan gaan om een quarantaine-attest op hun eigen naam, maar ook om een attest op naam van een persoon die op hetzelfde adres staat ingeschreven als de zelfstandige.
    Opgelet! Zelfstandigen die wetens en willens afgereisd zijn naar een land of een gebied dat zich in een rode zone bevindt op het ogenblik van vertrek, komen niet in aanmerking voor die uitkering. Zij voldoen niet aan de voorwaarde dat het moet gaan om een situatie onafhankelijk van hun wil.
    Voor de aanvragen die betrekking hebben op een quarantaine die slaat op een periode tot en met 31 augustus 2020, kunnen de zelfstandigen beroep doen op het corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit. Zelfstandigen kunnen beroep doen op dat corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit wanneer zij zich als gevolg van de Coronacrisis genoodzaakt zien om hun activiteiten volledig te onderbreken gedurende ten minste 7 opeenvolgende kalenderdagen tijdens de betrokken kalendermaand.
  • de zelfstandigen die hun zelfstandige activiteit gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen volledig moeten onderbreken omdat zij moeten instaan voor de zorg voor hun kind(eren), doordat de klas in quarantaine moet of door de sluiting van de school/ kinderopvang.
    Het moet gaan om kinderen van hoogstens 12 jaar. Indien het kind ouder is dan 12 jaar, moet er een specifieke en omstandige motivering gegeven worden waarom de ouder moet instaan voor de zorg voor het kind.
    Die situatie van overmacht moet aangetoond worden aan de hand van een bewijsstuk (beslissing van de directie van de school of beslissing van de kinderopvang).
    Voor de maand september kunnen ouders eveneens de tijdelijke ouderschapsuitkering aanvragen in dergelijke gevallen. Maar die uitkering kan niet gecumuleerd worden met de uitkering van het overbruggingsrecht.

De zelfstandige moet voldoen aan de voorwaarden van het overbruggingsrecht in geval van een gedwongen onderbreking.

Het bedrag van de uitkering is afhankelijk van de duur van de onderbreking en van het al dan niet hebben van gezinslast.

Dit overbruggingsrecht in geval van onderbreking omwille van quarantaine moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt. De aanvraag moet worden ingediend voor het einde van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal van de onderbreking.

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart – in 2020

Sinds mei 2020 mochten veel zelfstandigen opnieuw hun activiteit uitoefenen. Het overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart kent in de maanden juni tot en met december 2020 een uitkering toe aan zelfstandigen die, in de eerste fase van de COVID-19-crisis, verplicht werden om hun zelfstandige activiteit te onderbreken door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid en die toegelaten worden hun zelfstandige activiteit opnieuw op te starten. Zelfstandigen die nog niet mochten heropstarten of die opnieuw hun activiteiten moeten onderbreken door sluitingsmaatregelen van de overheid, komen in aanmerking voor het Corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit.

Je komt in aanmerking voor het overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart als je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • je bent als zelfstandige sociale bijdragen verschuldigd in België;
  • op 3 mei 2020 was je activiteit nog verboden of beperkt door de sluitingsmaatregelen opgelegd door de overheid. Als je actief bent in verschillende ondernemingen en/of verschillende sectoren, dan moet je hoofdactiviteit aan die voorwaarde voldoen. 
    Komen niet in aanmerking als verboden of beperkingen: de regels inzake sociale distancing voor toegelaten activiteiten, de toegangsmodaliteiten voor de grootwarenhuizen, doe-het-zelfzaken met een algemeen assortiment, tuincentra, boomkwekerijen en groothandels bestemd voor professionelen, de verboden kortingsacties in handelszaken en winkels en het sluitingsuur voor nachtwinkels. 
    Het gaat onder meer om de volgende activiteiten (opgelet, door de sluitingsmaatregelen van oktober, november en december 2020 vallen veel van die activiteiten in oktober, november en/of december 2020 opnieuw onder het toepassingsgebied van het Corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit):
    • de horeca;
    • de non-food detailhandel (met uitzondering van doe-het-zelfzaken, tuincentra en dagbladhandels die al eerder konden openen);
    • de markten (zowel de klassieke marktkramen als de mobiele verkopers van gebraden kippen en ijskarren en andere foodtrucks);
    • de kappers en schoonheidsspecialisten;
    • de reisbureaus met kantoor/ontvangstruimte "front office", die als een handelszaak moeten beschouwd worden (en dus niet enkel online actief zijn);
    • de autocarbedrijven die hoofdzakelijk het vervoer van personen verzorgen in het kader van recreatieve activiteiten zoals groepsuitstappen en reizen (en die dus niet hoofdzakelijk in onderaanneming voor regionale busmaatschappijen actief zijn).

Ook zelfstandigen waarvan de activiteiten tot en met minstens 3 mei 2020 dezelfde rechtstreekse en onmiddellijke impact ondervonden van de sluitingsmaatregelen zoals hierboven bedoeld, equivalent aan de sectoren die uitdrukkelijk moesten sluiten, komen in aanmerking.

  • je activiteit mag opnieuw opgestart worden, zonder andere beperkingen dan de regels inzake sociale distancing. De restaurants en drankgelegenheden waarvoor een vervroegd sluitingsuur is opgelegd, voldoen aan die voorwaarde. Zelfstandigen die beslissen om hun zelfstandige activiteit voorlopig nog niet op te starten, komen ook in aanmerking;
  • je kan aantonen dat je activiteit voor he tweede kwartaal van 2020 een omzetverlies of vermindering van bestellingen kent van minstens 10% in vergelijking met het tweede kwartaal van 2019 als gevolg van het coronavirus. Voor een aanvraag voor de maanden oktober, november en december 2020 gaat het om het derde kwartaal van 2020 in vergelijking met het derde kwartaal van 2019. Je moet bij je aanvraag objectieve elementen voegen (bij voorkeur een attest van de boekhouder) die dit aantonen. Je verklaring zal achteraf worden gecontroleerd. Hou dus de nodige stavingsstukken (bijvoorbeeld BTW-raming) ter beschikking;
  • je krijgt voor dezelfde maand geen corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit. Opgelet, door de sluitingsmaatregelen in oktober, november en december 2020 vallen veel activiteiten sinds oktober, november en/of december 2020 opnieuw onder het toepassingsgebied van het Corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit.

De maatregel geldt voor de maanden juni tot en met december 2020.

Enkele voorbeelden:

  • kledingwinkels mochten heropenen vanaf 11 mei 2020 en komen in aanmerking voor de uitkering voor de maanden juni tot en met oktober 2020. Door de sluitingsmaatregel in november 2020 hebben zij in november 2020 recht op het Corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit. In december 2020 komen zij opnieuw in aanmerking voor het overbruggingsrecht ter ondersteuning van de heropstart;
  • kappers mochten heropstarten vanaf 18 mei 2020 en komen in aanmerking voor de uitkering voor de maanden juni tot en met oktober 2020. Door de nieuwe sluitingsmaatregel vanaf 2 november 2020 hebben zij in november en december recht op het Corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit; 
  • restaurants mochten heropstarten vanaf 8 juni 2020 en komen in aanmerking voor de uitkering voor de maanden juli, augustus, en september 2020. In juni hebben zij nog recht op het corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit. In oktober, november en december 2020 is er recht op het corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit, omwille van de nieuwe sluitingsmaatregel opgelegd door de overheid;
  • activiteiten die vanaf 1 juli 2020 mogen heropstarten, komen in aanmerking voor de uitkering voor de maanden juli tot en met december 2020 (op voorwaarde dat er niet opnieuw recht is op het Corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit, omwille van de nieuwe sluitingsmaatregelen van de overheid).

De volgende zelfstandigen komen in aanmerking voor de uitkering:

  • zelfstandige in hoofdberoep (incl. helpers, meewerkende echtgenoten in het maxistatuut en (primo)starters);
  • zelfstandige in bijberoep die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige in hoofdberoep gelijkgesteld met bijberoep (art. 37 ARS) die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • student-zelfstandige die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep;
  • zelfstandige na de pensioenleeftijd zonder pensioen of enkel met het onvoorwaardelijk pensioen die voorlopige sociale bijdragen verschuldigd is die minstens gelijk zijn aan de minimumbijdrage van de zelfstandigen in hoofdberoep.

De uitkering bedraagt:

  • 1.291,69 EUR per maand indien je geen gezinslast hebt;
  • 1.614,10 EUR per maand indien je wel gezinslast hebt.

De uitkering kan gecumuleerd worden met (tijdelijke) werkloosheid. Maar je kan de uitkering niet cumuleren met het corona-overbruggingsrecht bij onderbreking van de activiteit.

De uitkering kan ook gevraagd worden door de zelfstandige die al een uitkering in het klassieke overbruggingsrecht heeft genoten voor de maximale duur van 12 of 24 maanden. De duur van de toekenning telt ook niet mee voor de maximumduur van het klassieke overbruggingsrecht.

Je blijft je sociale bijdragen verschuldigd, zodat je je socialezekerheidsrechten behoudt. Als je moeilijkheden ondervindt om die bijdragen te betalen, dan kan je vermindering van voorlopige bijdragen, uitstel van betaling of vrijstelling van bijdragen aanvragen.

Het overbruggingsrecht bij heropstart van de activiteit moet worden aangevraagd bij je socialeverzekeringsfonds, dat een aanvraagformulier ter beschikking stelt.

Uiterste data voor het indienen van de aanvraag:

  • Voor de maand juni 2020: 31 december 2020
  • Voor de maanden juli, augustus en september 2020: 31 maart 2021
  • Voor de maanden oktober, november en december 2020: 30 juni 2021

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds

 

Uitstel van betaling

Elke zelfstandige, ongeacht zijn bijdragecategorie (hoofdberoep, bijberoep, …) die moeilijkheden ondervindt door de gevolgen van het coronavirus, kan een schriftelijke aanvraag indienen bij zijn socialeverzekeringsfonds om de betaling van zijn sociale bijdragen met een jaar uit te stellen, zonder dat daarvoor verhogingen zullen aangerekend worden en zonder invloed op de uitkeringen.

De maatregel geldt voor de voorlopige bijdragen van het eerste en tweede kwartaal van 2021 en voor de regularisatiebijdragen van kwartalen van 2018 en 2019 die vervallen op 31 maart 2021 of op 30 juni 2021. Die bijdragen mogen nog niet zijn betaald.

Dat betekent dat de bijdrage van het eerste kwartaal 2021 en de regularisatiebijdragen van 2018 en 2019 die vervallen op 31 maart 2021 moeten betaald worden vóór 31 maart 2022.
De bijdrage van het tweede kwartaal 2021 en de regularisatiebijdragen van 2018 en 2019 die vervallen op 30 juni 2021 moeten betaald worden vóór 30 juni 2022.

De aanvraag voor het eerste kwartaal van 2021 moet bij het socialeverzekeringsfonds ingediend worden vóór 15 maart 2021. De aanvraag voor het tweede kwartaal van 2021 moet ingediend worden vóór 15 juni 2021.

De aanvraag moet tenminste de volgende inlichtingen bevatten:

  • naam, voornaam en woonplaats van betrokkene;
  • naam en zetel van zijn bedrijf;
  • ondernemingsnummer;
  • een motivering over de moeilijkheden die de aanvrager ondervindt door het coronavirus (minstens een duidelijke verklaring op eer).

Het gaat bijvoorbeeld om de volgende moeilijkheden:

  • een zelfstandige kan wegens gezondheidsmaatregelen niet naar zijn onderneming terugkomen (in quarantaine in het buitenland of in België na terugkeer van een reis);
  • een zelfstandige is ziek met symptomen van het coronavirus;
  • de activiteit van de zelfstandige wordt vertraagd of verminderd door de economische gevolgen van de epidemie (bijvoorbeeld de sector van het toerisme, de evenementensector, de horeca, vertraagde uitvoer, gebrek aan grondstoffen of materiaal afkomstig van een land dat zwaar getroffen is door de epidemie, ontbrekend personeel,…);
  • een sluiting van de handelszaak naar aanleiding van maatregelen die zijn genomen door de overheid om het coronavirus te bestrijden.

Opgelet! Als de betrokken bijdrage niet volledig betaald is binnen de voorziene termijn, zijn er verhogingen op de betreffende kwartalen verschuldigd en zullen onrechtmachtig genoten uitkeringen worden teruggevorderd.

De zelfstandige heeft eveneens de mogelijkheid om vrijstelling van bijdragen te vragen wanneer er een aanvraag tot uitstel van betaling ingediend werd.

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Kwijtschelding verhogingen

In 2021

Zelfstandigen die hun voorlopige sociale bijdragen van het eerste en tweede kwartaal van 2021 niet betalen voor 31 maart 2021 en 30 juni 2021, zullen omwille van die laattijdige betaling geen verhogingen moeten betalen. Hetzelfde geldt voor de laattijdige betaling van regularisatiebijdragen van 2018 of 2019 die in de loop van het eerste of tweede kwartaal van 2021 moesten betaald zijn. Die verhogingen vallen automatisch weg. De zelfstandige moet dus geen aanvraag doen.

In 2020

Zelfstandigen die hun voorlopige sociale bijdragen van het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal van 2020 niet voor 31 december 2020 betalen, zullen omwille van die laattijdige betaling geen verhogingen moeten betalen. Hetzelfde geldt voor de laattijdige betaling van regularisatiebijdragen die in de loop van 2020 moesten betaald zijn. Die verhogingen vallen automatisch weg. De zelfstandige moet dus geen aanvraag doen. 

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Vermindering van voorlopige bijdragen

Zelfstandigen die moeilijkheden ondervinden ten gevolge van het coronavirus, kunnen een vermindering vragen van hun voorlopige sociale bijdragen voor het jaar 2021 (berekend op de beroepsinkomsten van het derde jaar dat voorafgaat) als hun geraamde beroepsinkomsten van het jaar 2021 lager liggen dan één van de wettelijke drempels.

De voorlopige sociale bijdragen kunnen verlaagd worden tot maximaal:

  • 719,68 EUR (exclusief beheerskosten) voor een zelfstandige in hoofdberoep;
  • 0 EUR voor een zelfstandige in bijberoep, indien de verwachte inkomsten lager zijn dan 1.553,58 EUR;
  • 0 EUR voor iemand die als zelfstandige actief is na zijn pensioen, indien de verwachte inkomsten lager zijn dan 3.107,17 EUR.

Opgelet! Als de werkelijk beroepsinkomsten van het jaar 2021 toch hoger zijn dan het bedrag waarop de verminderde voorlopige bijdragen zijn betaald, dan wordt bij de eindafrekening niet alleen een supplement aangerekend maar ook verhogingen.

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Vrijstelling van bijdragen

Zelfstandigen in hoofdberoep en meewerkende echtgenoten (met inbegrip van starters) die hun sociale bijdragen niet kunnen betalen, kunnen een vereenvoudigde aanvraag tot vrijstelling van betaling indienen voor de volgende bijdragen:

  • de voorlopige bijdragen van het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal van 2020;
  • de voorlopige bijdragen van het eerste en tweede kwartaal van 2021;
  • de regularisatiebijdragen van kwartalen van 2018 en 2019 die vervallen zijn in 2020;
  • de regularisatiebijdragen van kwartalen in 2018 en 2019 met vervaldag op 31 maart 2021 of op 30 juni 2021.

De aanvraag moet ingediend worden binnen de 12 maanden volgend op het einde van elk betrokken kwartaal.

Je kan maar een aanvraag tot vrijstelling indienen als je de afrekening van de betrokken bijdragen hebt ontvangen. Wil je een aanvraag doen voor het eerste en het tweede kwartaal van 2021, dan is het aan te raden om te wachten tot je de afrekening van de bijdragen van het tweede kwartaal van 2021 hebt ontvangen en dan een globale aanvraag voor beide kwartalen in te dienen. Maar opgelet, je aanvraag moet ingediend worden binnen de 12 maanden volgend op het einde van elk betrokken kwartaal.

Als je een aanvraag tot uitstel van betaling hebt ingediend, dan kan je ook vrijstelling van bijdragen vragen.

Opgelet! Je bouwt geen pensioenrechten op voor de kwartalen waarvoor je wordt vrijgesteld. Je kunt die kwartalen later wel nog regulariseren (via een afkooppremie), om ze toch te laten meetellen voor je pensioenberekening. Hiervoor heb je vijf jaar de tijd.

Er is een vereenvoudigd aanvraagformulier beschikbaar dat je kunt opvragen bij je socialeverzekeringsfonds. Je kunt je aanvraag rechtstreeks via je socialeverzekeringsfonds of online indienen. 

Opgelet! Vroeg je je vrijstelling van bijdragen online aan? Dan meld je dit best ook aan mailbox-dvr@rsvz-inasti.fgov.be voor een snellere behandeling van je dossier.

Meer weten?

Kwijtschelding van verhogingen (artikel 48 ARS)

Mail naar mailbox-rek@rsvz-inasti.fgov.be.

Vrijstelling van bijdragen (DVR)

Mail naar mailbox-dvr@rsvz-inasti.fgov.be.

Of neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

 

Afbetalingsplan

Zelfstandigen die een jaar uitstel van betaling hebben gekregen voor de voorlopige bijdragen van 2020 en de regularisatiebijdragen van 2018 die in de loop van 2020 moesten betaald worden en die deze bijdragen ook in 2021 niet kunnen betalen, kunnen bij hun socialeverzekeringsfonds een afbetalingsplan vragen.

Als het afbetalingsplan wordt nageleefd, heeft dat geen gevolgen voor de sociale uitkeringen van de betrokken zelfstandige.

Het afbetalingsplan verhindert niet dat verhogingen wegens laattijdige betaling worden aangerekend, maar de zelfstandige kan via zijn socialeverzekeringsfonds een verzoek indienen om af te zien van de verhogingen die aan dit afbetalingsplan verbonden zijn.

Meer weten?

Neem contact op met je socialeverzekeringsfonds.

  

Ziekte- en arbeidsongeschiktheid

De ziektekosten van de zelfstandigen en hun familie worden terugbetaald door het ziekenfonds.

Zelfstandigen die minstens 8 dagen arbeidsongeschikt zijn hebben vanaf de eerste dag recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van het ziekenfonds.

Van 1 maart 2020 tot en met 31 maart 2021 krijgen de volgende arbeidsongeschikte zelfstandigen van hun ziekenfonds een aanvullende crisisuitkering, zodat het totale dagbedrag van het vervangingsinkomen wegens hun arbeidsongeschiktheid gelijk is aan het, in werkdagen uitgedrukte, maandelijkse bedrag van de financiële uitkering van het tijdelijke corona-overbruggingsrecht (49,68 EUR per dag):

  • zelfstandigen in hoofdberoep (of ermee gelijkgesteld) en meewerkende echtgenoten die ten vroegste vanaf 1 maart 2020 erkend werden als arbeidsongeschikt in de hoedanigheid van samenwonende gerechtigde voor minstens 8 kalenderdagen;
  • zelfstandigen en meewerkende echtgenoten die erkend werden als arbeidsongeschikt in de hoedanigheid van samenwonende gerechtigde en die hun activiteit, toegelaten door de adviserend arts, ten vroegste vanaf 1 maart 2020 moeten stopzetten gedurende minstens zeven opeenvolgende kalenderdagen.

In bepaalde gevallen kan je vragen om geen sociale bijdragen te betalen tijdens de periode van ziekte ("gelijkstelling wegens ziekte").

 

Nood aan morele steun?

Heb je als zelfstandige nood aan morele steun tijdens deze moeilijke periode? Op de website van FOD Volksgezondheid vind je een overzicht aan organisaties, initiatieven en professionele zorgverleners die voor je klaar staan.

Nood aan een gesprek? Bel gratis naar 0800 300 25.

Je kunt ook terecht bij onderstaande instellingen voor extra ondersteuning. Zij bekijken samen met jou wat mogelijk is:

 

Nuttige links

Meer info over het coronavirus vind je op: