|
Voorwaarden om recht te hebben op verhoogde kinderbijslag tot 21 jaar
Evaluatiesysteem
Er wordt niet meer uitsluitend rekening gehouden met de ziekte of de handicap op zich, maar
ook met de gevolgen die de ziekte of de handicap heeft voor het kind en het gezin.
De gevolgen van de aandoening van het kind worden in
aanmerking genomen op drie vlakken:
- op het vlak van de lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het kind (pijler 1)
- op het vlak van de activiteit en participatie van het kind (pijler 2)
- voor de familiale omgeving van het kind (pijler 3)
Per pijler worden de gevolgen uitgedrukt in een aantal punten. Een kind heeft recht op toeslag
als het:
- ofwel minstens 6 punten heeft voor de drie pijlers samen
- ofwel minstens 4 punten heeft voor de eerste pijler
Overgangsmaatregel voor kinderen geboren voor 1 januari 1993
Kinderen geboren vóór 1 januari 1993 vallen tijdens de periode vóór 1
mei 2009 onder het oud evaluatiesysteem. Wanneer zij op 1 mei 2009 de verhoogde kinderbijslag al krijgen
op grond van het oud evaluatiesysteem, blijft het oud evaluatiesysteem verder van toepassing tot zij overgaan
naar het nieuw evaluatiesysteem (ingevolge een herzieningsaanvraag of ambtshalve herziening).
Het oud evaluatiesysteem houdt in:
- minstens voor 66 % lichamelijk of geestelijk ongeschikt erkend worden; er wordt ook gekeken naar de
graad van zelfredzaamheid
- die ongeschiktheid moet aanvangen op een ogenblik dat het kind nog rechtgevend is op kinderbijslag
Voorbeeld: jonger dan 18, student, leercontract
Opmerking: een gehandicapt kind kan na de leeftijd van 21 jaar en uiterlijk tot 25 jaar recht
hebben op de normale bedragen (kinderbijslag, wezenbijslag, enz.) als het verder aan de voorwaarden voldoet
om rechtgevend te zijn.
|